Bösendorfer piano

Bösendorfer piano

Bösendorfer is een prestigieus pianomerk uit Wenen waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1827. Sinds 2008 is het in handen van het Japanse Yamaha. Bösendorfer hanteerde doorheen de jaren een ietwat verrassende verkoopsaanpak. Ze gingen er namelijk prat op de traagste pianobouwer ter wereld te zijn. Gemiddeld nam de bouw van een vleugelpiano bij hen bijna 4 jaar in beslag, waarvan de helft van de tijd nodig was om het hout te drogen. Nadat hij als leerling had gewerkt bij orgel- en pianobouwer Joseph Brodmann stampte Ignaz Bösendorfer (1794-1859) in 1827 zijn eigen bedrijf uit de grond. In juli 1828 kreeg Ignaz Bösendorfer van de Oostenrijkse keizer de toestemming om piano's te fabriceren en te verkopen. De naam Bösendorfer was van dan af onlosmakelijk verbonden met Wenen, de muzikale hoofdstad van Europa in de 19e eeuw. Vandaag wordt Bösendorfer, samen met het Italiaanse Fazioli, als één van de weinigen beschouwd die echt met de Duitse piano's van Steinway & Sons kunnen concurreren. Bösendorfer was het lievelingsmerk van onder meer Franz Liszt en pianovirtuozen als Alfred Brendel of Andras Schiff (volledige lijst op http://www.boesendorfer.com/en/boesendorfer-owners.html) en koos ervoor een beperkt aantal instrumenten te fabriceren die op vele vlakken verschillen van de creaties van Steinway & Sons. Bijzonder is de Bösendorfer 290 of 'Imperial'. Die blijft ook vandaag nog de vaandeldrager van het merk omwille van zijn 97 toetsen in plaats van 88. Daardoor leent deze piano zich ook tot het spelen van het werk van Bartok, Debussy, Ravel en vooral Busoni. Zijn naam 'Impérial' dankt dit model aan de indrukwekkende orkestklank afkomstig van de bijzondere zangbodem. Verder is ook bijzonder dat, in tegenstelling tot de modellen van 155 cm, 170 cm, 185 cm en 200 cm de vleugelpiano's van 214 cm, 225 cm en 275 cm vier extra noten tellen in het lagetonengebied. Bösendorfer heeft ook twee rechte piano's in zijn gamma: de 120 CL en de 130 CL.